Ga naar de inhoud

Openbaar maken van toezicht: 7 ervaringen van de NVWA

Toezichthouders zijn verplicht om steeds meer informatie actief openbaar te maken, mede door de Wet open overheid (Woo). Hoe voer je dit goed uit? De NVWA is al een tiental jaren bezig met de openbaarmaking van toezichtgegevens. Gonda Laporte, projectmanager bij de NVWA, deelt zeven ervaringen.

Inspectieresultaten NVWA op beeldscherm

Visie op openbaarmaking

“De openbaarmaking van bepaalde informatie sluit aan bij de visie die de NVWA heeft op toezicht”, vertelt Laporte. “Veel van onze informatie is niet alleen van waarde voor ons toezicht. De maatschappij heeft recht op een transparante en open overheid. Als we informatie toegankelijk aanbieden, met context en toelichting, dan kan iedereen daar waarde aan ontlenen.”

Ervaring 1: Openbaarmaking en effectief toezicht

Voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) draagt het openbaar maken van toezichtinformatie bij om het toezicht effectiever te maken. Daarbij is er een onderscheid tussen actieve en proactieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betekent dat je informatie vrijgeeft omdat de wet dat verplicht. Bij proactieve openbaarmaking kiest de NVWA er zelf voor om extra informatie te delen, wanneer die kan bijdragen aan betere naleving of meer transparantie in de sector.

“Actieve openbaarmaking draagt bij aan naleving van wet- en regelgeving.”

Deze transparantie kan binnen een productieketen een domino-effect veroorzaken. “Als een schakel in de keten niet aan de regels blijkt te voldoen, kunnen afnemers daarop inspelen en verbeteringen eisen”, legt Laporte uit. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld ngo’s en journalisten deze data gebruiken. En consumenten krijgen beter inzicht in bijvoorbeeld de voedselveiligheid bij bedrijven.

Ervaring 2: Naming, faming en shaming

Openbaarmaking kan naleving stimuleren. “We zien dat transparantie een versterkend effect heeft in de productieketen, dus dat partijen in de keten verbetering van andere partijen vragen”, zegt Laporte. Daarnaast kan publicatie laten zien dat bedrijven wet- en regelgeving naleven, én het kan corrigerend werken voor bedrijven die zich niet aan wet- en regelgeving willen houden. Bedrijven worden aangemoedigd om proactief maatregelen te nemen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.

Ervaring 3: Stel een beleidskader op en pas dit toe

Openbaarheid vraagt om duidelijke richtlijnen: welke toezichtinformatie maak je openbaar, onder welke voorwaarden en met welk doel? De NVWA baseert zich hierbij op de Woo en de Gezondheidswet, en houdt ook rekening met andere wetten zoals de Wet politiegegevens en de AVG.

Soms is er geen wettelijke plicht tot openbaarmaking, maar wel een inspanningsverplichting. Dan is beleid nodig: maak je die informatie openbaar, en zo ja, hoe? “Beleid voorkomt willekeur en ondoordachte keuzes”, stelt Laporte. “De NVWA inspecteert uiteenlopende onderwerpen. Zonder heldere kaders kunnen beslissingen per thema verschillen, met als risico dat informatie over de ene groep bedrijven wél openbaar wordt en over een andere niet – zonder duidelijke reden. Een beleidskader voorkomt dat.”

“We spreken met belanghebbenden om beter te begrijpen welke informatie voor hen relevant is en hoe we die bruikbaar aanbieden.”

Zo’n kader gaat verder dan juridische regels. Het kijkt ook naar het beoogde effect van openbaarmaking – en wat je juist wilt voorkomen. Daarnaast spelen technische en financiële afwegingen, de kwaliteit van de data en de veiligheid van toezichthouders en bedrijven een rol. Om dat goed vast te leggen, is tijd nodig. De NVWA ontwikkelt daarom één algemeen toepasbaar kader voor de hele organisatie. “Zo voldoen we aan wettelijke eisen én kunnen we strategisch sturen op transparantie.”

Ervaring 4: Bereid openbaarmaking voor

“Niet alle data is meteen geschikt voor publicatie. Vooral datakwaliteit is een grote uitdaging”, zegt Laporte. “Informatie moet volledig, correct en goed gestructureerd zijn, anders loop je het risico op een verkeerde interpretatie van de cijfers.” Daarnaast moeten gegevens technisch juist worden gekoppeld en juridisch getoetst worden aan wetgeving.

Daarnaast spelen ethische vragen mee. In sommige toezichtdomeinen kan openbaarmaking leiden tot weerstand of zelfs agressie. De NVWA wil koste wat het kost voorkomen dat haar informatie leidt tot discriminatie van personen of groepen. En om te voorkomen dat inspecteurs in een kwetsbare positie komen, weegt de NVWA daarom zorgvuldig af óf en hoe zij bepaalde inspectieresultaten publiceert. “Veiligheid nemen we altijd mee in onze overweging”, benadrukt Laporte.

Gonda Laporte
Gonda Laporte

Ervaring 5: Geef de juiste context

Zonder context kunnen cijfers verkeerd geïnterpreteerd worden. “We zien dat belanghebbenden als politici, belangen- en sectororganisaties, ngo’s en journalisten steeds vaker onze data gebruiken”, zegt Laporte. “Wij zijn een pilot gestart waarbinnen wij in gesprek gaan met partijen die regelmatig een Woo-verzoek indienen. Denk daarbij aan ngo’s die jaarlijks via Woo-verzoeken data opvragen over het dierenwelzijn van varkens. Zo begrijpen we beter welke informatie relevant voor doelgroepen is en hoe we die transparant en bruikbaar kunnen aanbieden. Bijvoorbeeld in de vorm van factsheets waarin wij de cijfers delen en duiden.”

Ervaring 6: Bereid inspecteurs voor

“Inspecteurs zijn zich er nog niet altijd van bewust dat hun documenten, zoals de rapporten van bevindingen, direct openbaar kunnen worden”, zegt Laporte. Dat vraagt om een andere manier van werken. Het vraagt om een hoge kwaliteit van verslaglegging. In de toekomst zal die verslaglegging waarschijnlijk ook anders worden ingericht, zodat gegevens automatisch en veilig openbaar kunnen worden gemaakt – zonder risico voor privacy of veiligheid.

“Openbaarmaking vraagt om een andere manier van werken.”

Dat heeft waarschijnlijk ook invloed op de relatie tussen toezichthouders en ondertoezichtstaanden. Bedrijven zullen zich bewuster zijn van openbaarmaking en kunnen inspecties strategischer benaderen. Bijvoorbeeld door extra maatregelen te nemen voor een inspectie of juridische stappen te zetten bij ongunstige resultaten.

Ervaring 7: Blijf ontwikkelen

Openbaarmaking kan altijd beter – zeker als je samenwerkt met kerndepartementen, toezichthouders en uitvoerende instanties. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een rijksbreed publicatieplatform dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk moet maken. Ook overleggen verschillende ministeries en hun diensten met elkaar in het kader van een open overheid binnen het programma ‘Transparantie in Informatie’. Het doel: stap voor stap naar een steeds transparantere overheid. De NVWA overlegt daarnaast regelmatig met collega-inspecties, zoals de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), die al verder is met het openbaar maken van toezichtinformatie. Dat levert waardevolle inzichten op.

Laporte: “Er is een groeiend besef binnen de gehele overheid dat actieve openbaarmaking beter gestroomlijnd kan worden. Als toezichthouders houden we daarbij altijd in het oog dat transparantie op zichzelf geen doel is. Het draait om wat het oplevert: helder en effectief toezicht, betere naleving van wet- en regelgeving, en daarmee een beter functionerende samenleving.”