Ga naar de inhoud

De drie sleutels tot naleving: kennis, omgeving en motivatie

Boetes, regels en waarschuwingen – klassieke middelen van de toezichthouder. Maar zetten ze organisaties ook aan tot naleving? Gedragswetenschappers van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Universiteit Utrecht onderzochten 35 studies op dit gebied. Wie gedrag wil beïnvloeden, is hun conclusie, moet vooral sturen op drie zaken binnen organisaties: kennis, de sociale omgeving en intrinsieke motivatie.

Potje schaken waarbij een man een stuk verzet
.

“Toezichthouders zoeken steeds vaker strategieën waarvan bewezen is dat ze echt werken”, vertelt bijzonder hoogleraar Psychologie van Toezicht, Elianne van Steenbergen. “Ze willen weten hoe ze gedrag effectief beïnvloeden en naleving stimuleren. Ook willen ze steeds vaker ethisch gedrag aanmoedigen, gedrag dat niet altijd verplicht is, maar wel wenselijk voor de maatschappij. Maar vanuit de wetenschap is nog verrassend weinig bekend over wat echt werkt.”

Daarom begeleidde Van Steenbergen promovendus Sarwesh Ishwardat bij zijn literatuurstudie naar nalevings- en ethisch gedrag – daarbij kreeg hij ondersteuning van gedragswetenschappers Tessa Coffeng en Naomi Ellemers. Ishwardat: “Het was niet ons doel om één beste aanpak te vinden, maar om te achterhalen wat er qua toezichtsinterventie werkt en waarom precies.” Dat leidde tot het eerste hoofdstuk van zijn promotieonderzoek: Stimulating Regulatory Compliance and Ethical Behavior of Organizations: A Review.

Sarwesh Ishwardat
Sarwesh Ishwardat

“Bestaande onderzoeken laten zien óf toezicht tot naleving leidt, maar niet waarom.”

Raamwerk voor gedrag

Ishwardat concludeerde dat de 35 studies vooral keken of toezicht tot meer naleving leidde. Ze lieten echter in het midden waaróm dat zo was. Om de invloed van toezicht op naleving en ethisch gedrag te achterhalen ontwikkelden ze het RICE-raamwerk. RICE staat voor Regulatory Impact on Compliant and Ethical Behavior en is gebaseerd op het veelgebruikte gedragsmodel COM-B, waarin zes gedragsbepalers centraal staan:

  1. Kennis, zoals kennis van de regels;
  2. Vaardigheden, zoals de regels kunnen naleven, bijvoorbeeld door werkervaring;
  3. Sociale omgeving, zoals de sociale normen over de regels binnen een organisatie;
  4. Fysieke omgeving, bijvoorbeeld de organisatiegrootte;
  5. Intrinsieke motivatie, zoals regels willen naleven vanwege je normen en waarden;
  6. Extrinsieke motivatie, bijvoorbeeld uit angst voor een boete en reputatieschade de regels willen naleven.

De onderzoekers keken binnen alle 35 studies wat de effecten op naleving en ethisch gedrag zijn van drie soorten toezichtsinterventies:

  • Inspecties, oftewel onderzoeken bij de onderneming;
  • Coöperatieve acties, zoals begeleiding door de toezichthouder, of samenwerking tussen toezichthouder en ondertoezichtstaande;
  • Afschrikkende acties, zoals boetes en naming & shaming.

Daarnaast onderzochten ze welke rol de zes bovengenoemde gedragsbepalers hierin spelen.

Eerst begrijpen, dan ingrijpen

“Een van onze conclusies is: er is geen one size fits all-aanpak voor toezichtsinterventies”, vertelt Ishwardat. “Het belangrijkste is dat je vóór je ingrijpt probeert te begrijpen waar het gedrag vandaan komt. Ontbreekt naleving door een gebrek aan kennis? Spelen groepsnormen een rol? Of ontbreekt de motivatie? Door dat eerst te onderzoeken, kun je gerichter handelen. Een onderneming die niet weet wat er verwacht wordt, heeft weinig aan een boete. Door gedrag eerst beter te begrijpen, voorkom je symptoombestrijding en heb je echt effect – op gedrag én maatschappelijke uitkomsten.”

“Weet waar gedrag vandaan komt, voor je kiest hoe je ingrijpt.”

Uit het onderzoek bleek bovendien dat kennis, de sociale omgeving en intrinsieke motivatie de sterkste voorspellers zijn van naleving én ethisch gedrag. Ishwardat: “Als toezichthouder wil je het liefst een van die drie kenmerken versterken of aanmoedigen. Bijvoorbeeld door duidelijke informatie te geven en zo kennis te verhogen. Door het goede voorbeeld vanuit de sector uit te lichten en zo de sociale normen te benadrukken. Of door als toezichthouder actief het gesprek aan te gaan en zo intrinsieke motivatie aan te wakkeren.”

Impactvol toezicht

Op basis van zijn onderzoek pleiten Ishwardat en Steenbergen ervoor dat toezichthouders kritisch kijken naar hun standaardrepertoire. Ishwardat legt uit: “Vaak grijpen toezichthouders naar een boete of een rapport, zonder na te denken welk mechanisme je daarmee in werking zet. Zo ontvangen overtreders die een boete krijgen een boetebericht met onder andere juridische informatie.  Een helder geschreven boetebericht dat náást het wetsartikel en de juridische termen ook uitlegt wat de norm is en waarom het schadelijk is om die te overtreden, kan bijvoorbeeld effectief zijn. Zo draag je normen over en vergroot je kennis. “Het is een manier om een bestaand instrument slim te benutten voor gedragsverandering.”

Elianne van Steenbergen
Elianne van Steenbergen

“Een helder boetebericht kan kennis vergroten en normen overdragen.”

Het RICE-raamwerk kan toezichthouders ook helpen impactvoller toezicht te houden. “Je kunt het zelf invullen: eerst de acties die je gaat inzetten, dan hoe je daarmee op één of meer gedragsbepalers, het liefst kennis, sociale omgeving of intrinsieke motivatie, ingrijpt. Vervolgens bepaal je welk gedrag je hoopt te stimuleren: naleving, ethisch gedrag of allebei?” Van Steenbergen voegt toe: “Bij de AFM gebruiken we het raamwerk al om toezichtsinterventies te ontwerpen, om te kiezen welke interventie je inzet. Zo proberen we met verschillende interventies zoals gesprekken, brieven en inspecties een bredere gedragsstrategie uit te voeren. Dat maakt toezicht niet alleen effectiever, maar ook betekenisvoller.”

Vervolgonderzoek

Sarwesh Ishwardat test het RICE-raamwerk nu in de praktijk, onder meer via experimenten met verschillende toezichtstijlen. Zo onderzoekt hij wat beter werkt: een afschrikwekkende of een coöperatieve brief. Ook kijkt hij welk type boodschap het beste werkt om motivatie, nalevings- en ethisch gedrag te verhogen.