Ga naar de inhoud

Het maakt weinig uit hoe je handhaaft, de burger vertrouwt je

Een toezichthouder die alleen maar waarschuwt is soft en verliest op den duur het vertrouwen van burgers. Of toch niet? Dat onderzochten Stephan Grimmelikhuijsen, Marija Aleksovska en Judith van Erp (Universiteit Utrecht) met collega’s uit vijf andere landen. Samen ontdekten zij dat handhavingsstijl juist weinig invloed heeft op het vertrouwen van burgers. Wat betekent dat voor toezicht?

Afbeelding van playmobil-figuren die verschillende inwoners representeren
Still uit video over het Europees onderzoeksproject TiGRE

Nooit eerder werd op zo’n grote schaal het vertrouwen van burgers in toezichthouders getoetst. Het onderzoek is namelijk onderdeel van TiGRE (Trust in Governance and Regulation in Europe). Een Europees onderzoeksproject naar vertrouwen van burgers in toezichthouders. Dit project vond plaats in negen landen: België, Denemarken, Duitsland, Israël, Nederland, Noorwegen, Polen, Spanje en Zwitserland. Het deelproject van Grimmelikhuijsen, Aleksovska en Van Erp keek specifiek naar de invloed die een strenge handhavingsstijl op burgers kan hebben in zes van deze landen.

Vragen over vertrouwen

“Door de grote schaal van dit project konden wij een representatieve groep van ruim 6000 burgers in zes verschillende landen enquêteren”, vertelt projectleider Grimmelikhuijsen. In hun onderzoek focusten zij op drie toezichtsdomeinen: voedselveiligheid, privacy en financiën. De enige voorkennis die ze de deelnemers gaven, waren twee zinnen over wat de toezichthouders van deze domeinen doen. Een voorbeeld: De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is een toezichthoudende instelling in de voedingssector. Een hoofdtaak van de NVWA is daarom het beoordelen van de naleving van bestaande regels voor voedselveiligheid.

Stephan Grimmelikhuijsen
Stephan Grimmelikhuijsen

“We hadden verwacht: hoe strenger de toezichthouder, hoe groter het vertrouwen.”

“Deelnemers kregen over elk domein drie verschillende teksten te lezen. Bij de ene groep gingen deze teksten alleen maar over toezichthouders die streng handhaafden. Bij de andere groep juist alleen maar over milder optreden. Denk bijvoorbeeld aan een bank die voor witwaspraktijken in de ene tekst een boete krijgt en in de andere tekst alleen op de vingers getikt wordt. Over die teksten stelden we vragen om het vertrouwen in relatie tot de handhavingsstijl te bepalen.”

Streng of soft maakt weinig uit

“De belangrijkste uitkomst van ons onderzoek was dat handhavingsstijl weinig invloed heeft op het vertrouwen van burgers. En dat verraste ons”, vertelt Grimmelikhuijsen. “We hadden verwacht: hoe strenger een toezichthouder, hoe groter het vertrouwen. Dit baseerden we op het inzicht uit de criminologie dat mensen die zich verder niet in het strafsysteem hebben verdiept, vooral pleiten voor steeds zwaardere straffen.”

“Mogelijk beïnvloedt de cultuur in veel Europese landen dat het type handhaving geen invloed heeft op vertrouwen.”

Basisvertrouwen bepaalt

Grimmelikhuijsen nuanceert hun bevinding: “Als het basisvertrouwen in een land laag is, dán kan handhavingsstijl wel het vertrouwen van burgers beïnvloeden. Dat zagen we in Israël waar dat basisvertrouwen wat lager was dan in de ander onderzochte landen. Daar zagen we dan ook  als enige land dat een strenge handhavingsstijl een positief effect heeft op het vertrouwen. Terwijl in de andere landen strenger handhaven dus nauwelijks voor meer of minder vertrouwen zorgt.”

Cultuur speelt mogelijk mee

De onderzoekers weten niet zeker wat de verschillen tussen landen kan verklaren. Een mogelijke verklaring is dat de cultuur in veel Europese landen bepaalt dat het type handhaving geen invloed heeft op vertrouwen. “In Nederland en andere landen is vaak de consensus dat je met elkaar in gesprek gaat als er iets niet goed gaat. En dat je ook per ongeluk iets fout kunt doen. Mensen zijn dus de ‘softere’ aanpak meer gewend. Dat kan verklaren waarom een zachtere handhavingsstijl niet leidt tot minder vertrouwen. Maar dit zijn natuurlijk aannames en zou alleen verder onderzoek echt kunnen uitwijzen.”

“Toezichthouders kunnen bijdragen aan hun positieve reputatie door regelmatig de media op te zoeken.”

Handhaaf zoals je wilt

De onderzoekers kunnen wél met zekerheid twee adviezen geven naar aanleiding van het onderzoek. Het eerste advies is: “Het heeft geen zin om keuzes voor een interventie te laten beïnvloeden door wat je denkt dat het publiek zal vinden. De keuze van een toezichthouder heeft beperkt invloed hebben op het vertrouwen van het publiek. Wees dus niet bang om te soft of te hard over te komen bij de keuze voor een bepaalde interventie.”

Communiceer over je toezicht

Het tweede advies van de onderzoekers is om transparant te zijn over toezicht. “Want hoe je handhaaft, doet dus geen afbreuk aan het vertrouwen dat burgers in je hebben.” Grimmelikhuijsen stelt zelfs voor om dat nog een stap verder te brengen. “Uit ander onderzoek blijkt dat als je een goede historische reputatie heb, dit meespeelt in hoe de media je portretteren in het geval van een incident. Treed je als toezichthouder zelf vaker over interventies naar buiten, dan kan dit bijdragen aan het bestendigen van een goede reputatie en uiteindelijk aan dat de media je bij incidenten in een positiever daglicht zetten.”

Vervolgonderzoek

Onderzoek levert altijd weer nieuwe vragen op. Zo ook dat van Grimmelikhuijsen. In navolging van zijn onderzoek zijn er nieuwe projecten gestart waarover binnenkort ook op ToeZine.nl te lezen is. Het eerste is dat van Julia Wesdorp, die kijkt naar de impact van kritische boodschappen over toezichthouders in de media. Het tweede is van Emma Ropes over de emoties die toezicht bij burgers oproepen en hoe dit hun gedrag richting de toezichthouder beïnvloedt.