Een maand lang op bijstandsniveau leven en aan het werk gaan bij de Voedselbank. Geen standaardaanpak voor een onderzoeker die de ondersteuning aan mensen met schulden onder de loep neemt. Maar volgens Toezicht Sociaal Domein vraagt deze problematiek ook om bijzondere oplossingen. Om die reden is het samenwerkingsverband gestart met actieonderzoek.

“Bij een actieonderzoek draait het om leren in en met de praktijk’, vertelt Anne-Mathije Bogerd, inspecteur bij Toezicht Sociaal Domein. Vanuit die rol werkt Bogerd mee aan het actieonderzoek ‘Samen de oorzaken van schulden aanpakken’. “Samen met de gemeente Utrecht, wijkteams, schuldhulpverleners, schuldeisers en ervaringsdeskundigen onderzoeken we hoe we mensen met problematische schulden kunnen ondersteunen. We zoeken samen naar verbeteringen en voeren die het liefst ook meteen door.”
Samen in actie
Schuldenproblematiek is een veelkoppig monster: “Mensen met schulden hebben vaak ook problemen op andere gebieden. Zoals een verslaving, werkloosheid of psychische problemen. Maar de hulpverlening richt zich vooral op het oplossen van schulden, terwijl die andere problemen nauwelijks aangepakt worden. Daarnaast worden mensen vaak bijgestaan door verschillende instanties, die niet altijd op de hoogte zijn van elkaars inspanningen.” Om deze en andere hardnekkige knelpunten aan te pakken, startte TSD in 2021 als experiment met actieonderzoeken. Doel is om de toegang tot ondersteuning en zorg te verbeteren en ondersteuning beter op elkaar af te stemmen. “Op die manier verzamelen we kennis over wat deze knelpunten in stand houdt én pakken we meerdere problemen van mensen met schulden direct aan.”
Wat doet Toezicht Sociaal Domein?
Binnen Toezicht Sociaal Domein (TSD) werken vier Rijksinspecties samen: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie. TSD houdt toezicht op de zorg en ondersteuning in het sociaal domein en kijkt naar maatschappelijke problemen rond onderwijs, jeugd, zorg, welzijn, wonen, veiligheid, werk en inkomen. Hierbij draait het telkens om inwoners met problemen op meerdere leefgebieden.
De werkwijze van TSD verschilt van die van traditionele toezichthouders. Zo handhaaft het samenwerkingsverband niet, maar focust het op stimulerend toezicht. Daarbij ligt de nadruk op het stimuleren en bevorderen van gewenst gedrag en naleving van regels en voorschriften. Het samenwerkingsverband zoekt steeds naar vernieuwende manieren van onderzoek doen. Actieonderzoek is één van die manieren.
Via bijstand naar voedselbank
Hoe kun je je beter inleven in de praktijk, dan door er zelf onderdeel van te worden? Het is niet noodzakelijk bij actieonderzoek, maar leverde veel op. Bogerd: “Ik wilde weten hoe het dagelijks leven van mensen met schulden eruitziet. Daarom leefde ik een maand op bijstandsniveau en zo maakte ik aanspraak op voedselpakketten van de Voedselbank.” Bogerd merkte dat ze via de Voedselbank gemakkelijk in contact kwam met ervaringsdeskundigen en regelde dat ze er twee dagen per week aan de slag kon. “De Voedselbank werkte hier graag aan mee en ook TSD reageerde enthousiast op mijn initiatief. Ik maakte er kennis met allerlei partijen die zich bezighouden met schulden en armoede, zoals het Wijkinformatiepunt Kanaleneiland, Geldzaak en de gemeente Utrecht. Daardoor kon ik hen betrekken bij het onderzoek.”
Impact maken
Het voornaamste doel van actieonderzoek is het oplossen van complexe problemen in de praktijk. Elk onderzoek start met de samenstelling van een begeleidingsgroep, die bestaat uit belanghebbende partijen die een groot netwerk hebben en met ons meedenken: ministeries, kennisinstituten, belangenverenigingen en ervaringsdeskundigen. “In die groep bespreken we de voortgang en de obstakels waar we tijdens het onderzoek tegenaan lopen.”
“Via de Voedselbank legde ik makkelijk contact met mensen die in armoede leven.”
Verder stel je bij actieonderzoek niet zelf de onderzoeksvraag op. Dit gebeurt in de praktijk, met betrokken partijen. Bovendien spelen die partijen een actieve rol bij het zoeken naar antwoorden en oplossingen. “Bij meer traditioneel onderzoek hou je interviews met betrokkenen en ervaringsdeskundigen, maar is er vaak weinig terugkoppeling. En niet altijd worden ervaringsdeskundigen ingeschakeld bij het bedenken van oplossingen. Bij actieonderzoek zet je alle stappen samen. Betrokkenen denken actief mee over de onderzoeksvraag en oplossingen. Het liefst voer je die oplossingen ook meteen met elkaar uit. Verder reflecteer je gezamenlijk op uitkomsten. Dat vergroot de impact van zo’n onderzoek enorm.”
Wat betekent geld voor jou?
De gemeente Utrecht heeft armoedebestrijding hoog op de agenda staan, wist Bogerd. “Ik heb deze gemeente er daarom snel bij betrokken.” Samen met de gemeente en het wijkbureau organiseerde Bogerd een bijeenkomst met klanten van de Voedselbank. “Doel was om in gesprek te komen met bewoners die met armoede te maken hebben en op te halen welke ondersteuning ze nodig hebben. Ruim 45 inwoners kwamen opdagen, een hoge opkomst: “Op dat moment hielp de Voedselbank zo’n negentig gezinnen. Ik kon mensen persoonlijk vragen of ze mee wilden doen, dat werkt beter dan een brief sturen.” Aanwezigen gingen aan de slag met vragen als: wat betekent geld voor jou? Welke ondersteuning verwacht je van de gemeente? We gingen niet in dialoog, maar lieten mensen tekenen. Aan de hand van hun tekeningen gingen we in gesprek.”
Actieonderzoek vindt plaats midden in de praktijk.”
Het bleek dat aanwezigen behoefte hadden aan duidelijke informatie vanuit de gemeente. “Daarnaast willen ze direct contact met hulpverleners en beleidsmakers, aan wie ze hun verhaal kunnen vertellen.” De bijeenkomst leverde meer inzichten op. “Mensen kunnen vooral ondersteuning gebruiken rondom werk zoeken, sociale contacten opbouwen en de Nederlandse taal leren. Ook willen ze hulp om wegwijs te worden in al die regelingen rondom tegemoetkomingen en praktische ondersteuning bij geldzaken.” Op basis van de bevindingen organiseerde TSD en uitvoerende partijen een informatiemarkt met organisaties waar inwoners terecht kunnen met hun problemen. Ook gaat de gemeente Utrecht verder in gesprek met instanties over de suggesties van buurtbewoners.

Bouwen aan lerende netwerken
Actieonderzoek levert heel concrete uitkomsten op. “Partijen zitten direct met elkaar om tafel, dat is echt een meerwaarde. Veelgehoorde kritiek is dat hulpverlening zo versnipperd is en iedereen op zijn eigen eilandje losse initiatieven bedenkt. In actieonderzoek breng je mensen en instanties samen, die elkaar anders misschien niet hadden opgezocht. Zo bouwen we lerende netwerken op van betrokken partijen.” Ook wordt er direct actie ondernomen. “Partijen als het Wijkinformatiepunt en de Weggeefwinkel gaan nu regelmatig een uurtje bij de Voedselbank zitten om daar in gesprek te gaan met burgers. Het klinkt simpel, maar zonder dit actieonderzoek was dit minder snel gebeurd.”
“Actieonderzoek vergroot het vertrouwen van burgers in de overheid, omdat ze actief meedenken over oplossingen.”
Sleutels tot succes
De sessie met buurtbewoners heeft de gemeente Utrecht nieuwe inzichten gegeven, merkt Bogerd: “Ze hebben veel opgestoken van de manier waarop je inwoners die leven in armoede, structureel en constructief kan betrekken bij het maken van beleid.” Een andere uitkomst is de uitbreiding van de rol van sleutelpersonen. “Dat zijn bewoners die de buurt kennen en een groot netwerk hebben binnen de lokale gemeenschap. Zij kunnen informatie verspreiden, laagdrempelig advies geven of buurtbewoners doorverwijzen naar instanties. De gemeente zet deze sleutelpersonen nu vaker in om buurtbewoners te benaderen. Zo hebben ze onlangs het vaccinatiebeleid voor kinderen onder de aandacht gebracht. Inmiddels is er ook een officiële stichting voor sleutelpersonen, waardoor er vanuit de gemeente subsidie naartoe gaat.”
Vertrouwen vergroten
Eind december wordt het onderzoek afgerond en bekijkt TSD hoe ze hiermee verder gaat. Bogerd meent dat elementen van actieonderzoek bruikbaar zijn voor meer inspecties. “Iedereen ziet het belang van burgerparticipatie in en hoe je hiermee het vertrouwen in de overheid bevordert. Actieonderzoek vergroot dat vertrouwen, omdat burgers actief betrokken worden en daarnaast merken ze dat we écht iets doen met hun input.” Ze zet er wel een kanttekening bij. “Actieonderzoek kost tijd. En voor toezichthouders die handhaven en sancties opleggen, kan de dubbelrol van actieonderzoeker en handhaver lastig zijn. Onderdelen van actieonderzoek kunnen wel van toegevoegde waarde zijn binnen toezicht, ook als een volledig actieonderzoek niet mogelijk is. Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als burgerparticipatie een criterium wordt voor toezichthouders, zodat er standaard gekeken wordt naar hoe ze de doelgroep actief kunnen betrekken.”